Didier Le Menestrel

French paradoxes

In 1991 lanceert de arts Serge Renaud van de Universiteit te Bordeaux, de hypothese van de «Franse paradox» en belicht verrassende resultaten: ondanks een belangrijke consumptie van vetrijke voedingsmiddelen, vertegenwoordigt Frankrijk en in het bijzonder het zuidwesten van Frankrijk een percentage hart- en bloedvataandoeningen dat aanzienlijk lager ligt dan in de andere geïndustrialiseerde landen. De gematigde consumptie van wijn zou volgens hem dit aparte verschijnsel kunnen verklaren. Een reportage over dit onderwerp in de zeer gerespecteerde uitzending “60 Minutes” op CBS veroorzaakt in de Verenigde Staten een omzetstijging van rode wijn in één maand van meer dan 40%.

Verschillende studies die gepubliceerd werden aan het begin van het jaar leggen het accent op onze nationale particulariteit, de statistisch schijnbare tegenstrijdigheden van de onoverwinnelijke Galliër. Frankrijk telt voor het eerst in zijn geschiedenis meer dan 65 miljoen inwoners. In 1985 was zijn inwoneraantal gelijk aan dat in het Verenigd Koninkrijk of Italië, maar in tegenstelling tot zijn buurlanden, kent Frankrijk een duurzame en forse demografische stijging. Frankrijk overtreft vandaag het inwoneraantal van Groot-Brittannië met 3 miljoen en dat van Italië met bijna 5 miljoen. Ook het vruchtbaarheidspercentage van 2,01 kinderen per vrouw in 2010 was een record. In Frankrijk werden nog nooit zoveel kinderen geboren sinds vijfendertig jaar. Terwijl men probeert het geheim van de Franse vrouw te verklaren, die moederschap en werk goed weten te combineren en bovendien uitzonderlijk oud wordt, voorspellen sommige demografische berekeningen dat de Duitse bevolking na 12 generaties volledig uitgestorven zal zijn!

Is Frankrijk dus kampioen in optimisme en vertrouwen in de toekomst? Helaas ! De Fransman is de grootste consument van antidepressiva ter wereld. Terwijl Vietnam de onderscheiding ontvangt voor het vertrouwen in zijn economische toekomst (1), neemt Frankrijk de laatste plaats in: 61% van onze landgenoten is van mening dat 2011 een moeilijk economisch jaar wordt. Mondiaal record van pessimisme.

Maar we zijn op het gebied van paradoxen niet voor één gat te vangen: in dezelfde maand januari 2011, overtreft de INSEE-graadmeter van het businessklimaat in de Franse industrie ruimschoots het langetermijngemiddelde en knoopt weer aan met de cijfers van voor de crisis. In dezelfde categorie hebben nieuwe ondernemingen, in grote mate bevorderd door het statuut van zelfstandig ondernemer, in 2010 een record bereikt van 622.000(2). Een ongeëvenaard hoge piek voor het ondernemerschap!

Deze typisch Gallische tegenstrijdigheden tussen overdreven optimisme en pessimisme vindt men terug in de vermogensamenstelling van huishoudingen. In een periode waarin de overheid probeert activa die niet kunnen worden gedelokaliseerd te belasten, blijkt uit een onderzoek van de Directie Overheidsfinanciën dat het vermogen van Fransen (€10 060 miljard) voor 61% samengesteld is uit vastgoed en voor “slechts” 9% uit rechtstreeks of via fondsen aangehouden effecten (aandelen en obligaties). Een bijzonder laag percentage in “productieve activa” ! Hoewel het percentage “eigenaars” hoger is in de Verenigde Staten, vertegenwoordigt het vastgoed slechts een kwart van het vermogen van Amerikanen. De resterende 30% bestaat nagenoeg geheel uit financiële activa bestemd voor de financiering van projecten en de toekomst.

Hoe is het mogelijk om in een periode waarin steeds meer onzekerheid ontstaat over pensioenen te veronderstellen dat vastgoed of goud dezelfde prestaties kunnen genereren dan in het afgelopen decennium? U kent onze overtuiging: het fonds dat probeert projecten en bedrijfsmanagers te vinden die hun kapitaal optimaal weten te investeren in een wereld die voortdurend aan veranderingen onderhevig is absoluut geen paradox, maar biedt de grootste garantie voor groeiend spaargeld en vermogen.

Laten we dus de «French paradox» overnemen: elke dag een paar aandelen consumeren, een uitstekend middel voor de gezondheid van uw spaargeld!

(1) Onderzoek door BVA in opdracht van “le Parisien”, januari 2011
(2) Insee, januari 2011